Dutch English French German Italian Turkish

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Inleiding

 "vrijheid in gebondenheid".

Hiermee zouden wij onze richtlijnen willen kwalificeren.

Eigenaars willen over een zo ruim mogelijke vrijheid beschikken tot het fokken van Border Collies en ook dat zien wij onder ogen. Toch dienen fokkers en ook de rasvereniging in haar fokbeleid zich te houden aan de vooropgestelde richtlijnen van de KMSH.  Daarenboven geven wij enkele fokrichtlijnen mee.  Deze richtlijnen vloeien voort uit de doelstellingen van onze vereniging namelijk:

  • de kenmerken van de Border Collie in het ras te bewaren;
  • de negatieve invloeden, uitgaande van een éénzijdig fokbeleid voorkomen.
  • rasverbetering

 Voor iedere fokker, die zich van zijn eigen verantwoordelijkheid voor het "gezond" houden van het ras bewust is, en zich dus op dit punt "gebonden" acht, vormen de richtlijnen dan ook geen belemmering maar een steun. Voor hem (of haar) zullen de richtlijnen geen nieuwe belasting betekenen, omdat hij (of zij) er reeds naar handelde.

 

1.    Vereisten voor het fokken

 Voordat een dekking plaats vindt, dienen de betrokken reu en teef beiden:

  • Een door het FCI goedgekeurde stamboom hebben.
  • Over een DNA profiel volgens het ISAG 2006 systeem te beschikken.
  • Minstens één kwalificatie « Goed » behaald te hebben op een Belgische CAC- of CAC-CACIB-tentoonstelling onder een Belgische keurmeester, of op een Rasspeciale met CAC onder een Belgische of buitenlandse keurmeester (rasspecialist).   Het bewijs hiervan moet te zien zijn op de hiervoor voorziene attestkaart.  OF ze moeten geslaagd zijn in de Selectie ingericht door de hiervoor erkende Belgische rasclub.
  • Door een door het ecvo erkende dierenarts/oogarts of een dierenarts/oogarts die het certificate in Veterinary Ophthalmology behaalde, definitief vrij of voorlopig vrij van erfelijke oogziekte, zoals Progressieve Retina Atrofie (PRA), cataract, Persistent Pupillary Membranes (PPM) en Collie Eye Anomalie (CEA), zijn verklaard.  Een gonioscopie voor Glaucoma dient evenzeer uitgevoerd te worden. Een exemplaar van het verslag van het oogonderzoek wordt ook bezorgd aan de Fokcommissie.
  • Door de Nationale Commissie voor erfelijke aandoeningen bij gezelschapsdieren, ten aanzien van heupdysplasie (HD) met A1, A2 of B1, B2 te zijn beoordeeld.  Ook hiervan wordt een kopie bezorgd aan de Fokcommissie.
  • Dienen ofwel de DNA-testen voor CEA,CL, TNS ondergaan te hebben of afstammen van dieren die voor DNA CEA, CL, TNS getest zijn. In laatste geval is het de verantwoordelijkheid van de eigenaar van reu en/of teef om dit te bewijzen. Bewijzen kan alleen door de attesten te verzamelen van de ouderdieren die in de stamboom van de hond voorkomen. Om iedereen de kans te bieden zich in regel te testen, wordt een overgangsmaatregel voorzien. Om deze reden gaat de verplichting tot het DNA-testing pas vanaf 01/01/2014 in.    

 Fokken met een Border Collie, die niet aan elk van deze vereisten voldoet, is de leden der vereniging niet toegestaan, wil men op de puppybemiddeling een beroep kunnen doen.

 De eigenaar van de teef dient zich ervan te vergewissen dat de reu aan bovengestelde vereisten voldoet. De eigenaar van de reu doet hetzelfde bij de teef.  Beiden zijn daarvoor dus zelf verantwoordelijk!

Het is de leden van de vereniging toegestaan te fokken met een hond die via het DNA onderzoek als “carrier” van CEA, TNS of CL wordt omschreven indien zij deze hond gebruiken in combinatie met een hond die volgens hetzelfde DNA onderzoek beschreven staat als “clear/normal”.  Fokken met een hond die volgens het DNA onderzoek voor één van de ziekten affected is, is niet toegestaan.  Indien het klassieke oogonderzoek en het DNA onderzoek elkaar tegenspreken is het DNA onderzoek het doorslaggevende criterium. Een gericht fokbeleid met het oog op het uitselecteren van erfelijke afwijkingen, rekening houdende met de vererving ervan, draagt immers bij tot rasverbetering. Dierenonwelzijn en ook menselijk leed kan op deze manier voorkomen worden.  

Verder is het ook niet toegestaan te fokken met een hond die aan epilepsie lijdt.

 

Ook de combinatie van een reu en teef die beiden de kleur Merle zijn, is niet toegestaan omwille van de hoge gezondheidsrisico’s voor de pups.

 

2.    Werkcapaciteit

Om vast te stellen of een Border Collie, die aan de in 1 genoemde vereisten voldoet, beschikt over voldoende werkcapaciteit, organiseert de vereniging een selectieproef, een werkproef gebruikshonden en een rasspeciale.  Deze testen en keuringen zijn niet verplicht.

Aan fokkers wordt echter aanbevolen om slechts te fokken met Border Collies, die:

  • de werkproef gebruikshonden met ten minste de beoordeling "goed" hebben afgelegd
  • op een door de vereniging georganiseerde show met ten minste "zeer goed", dan wel op twee verschillende officiële tentoonstellingen met ten minste "zeer goed" te zijn beoordeeld.
  • geslaagd zijn voor de selectieproef

 Vaststelling van de eigenschappen van de reuen en teven, waarmee wordt gefokt, vóór de paring is een eerste vereiste om tot een goed fokbeleid te komen.

Border Collies zijn oorspronkelijk als herdershond gefokt. Werkvermogen en uithoudingsvermogen vormen bijgevolg voorname eigenschappen van de border collies.  Een goede bouw, een goed karakter en gezondheid dragen bij tot bekomen van deze eigenschappen.  De rastypische eigenschappen liggen vervat in de rasstandaard (FCI 24/08/1988) cf. bijlage. Iedere fokker dient deze na te streven, de nodige subjectiviteit van de iedere fokker in achtnemende.    

 

De beslissing of met een bepaalde Border Collie gefokt zal worden, is de keuze aan de eigenaar ervan voorbehouden.  Ieder lid van de B.B.C.C. echter, dat -in zijn eigen belang en in dat van het ras- bereid is alvorens te beslissen zijn mening over zijn Border Collie te toetsen aan de objectieve mening van de Fokcommissie, mag op de volledige en graag gegeven medewerking van de vereniging rekenen.

Geïnteresseerden, die zich tot de B.B.C.C. wenden met het verzoek hen behulpzaam te zijn bij de aanschaf van een Border Collie moeten er op kunnen vertrouwen, dat de Border Collies, die zij via de rasvereniging aangeboden krijgen, conform de richtlijnen zijn gefokt, of m.a.w. dat de B.B.C.C. haar beginselen hoog houdt.

 

3.    Deelnemen aan de pupbemiddeling

De eigenaar van de teef maakt de keus van de reu en is verantwoordelijk voor het invullen van de dek- en geboorteaangifte.  Dit document is steeds op de club aanwezig en kan op vraag ook per e-mail bezorgd worden.  Uiterlijk 7 dagen na de geboorte dienen volgende documenten aan de puppybemiddelaar overgemaakt te worden:

  • het document van dek- en geboorteaangifte,
  • kopieën van de stambomen van reu en teef
  • kopieën van de gevraagde attesten inzake oogonderzoek en DNA testen voor CEA, CL en TNS (cf. vereisten voor het fokken).

 

De nesten worden enkel op de site van puppybemiddeling geplaatst indien alle attesten voor handen zijn.

 

4.    Bij overtreding

Een overtreding van één van deze richtlijnen, en met name van het bepaalde punt 1 zal ten aanzien van zowel de eigenaar van de reu als die van de teef een feit vormen, als bedoeld in artikel 3 van de statuten der vereniging op grond waarvan het bestuur tot tijdelijke of definitieve ontheffing van de puppybemiddeling en/of uit het lidmaatschap kan besluiten. 

Bovendien zal de betrokken reu van de dekreuenlijst worden afgevoerd.

Ook het bedrieglijk of verkeerdelijk verschaffen van informatie kan tot bovenvernoemde sancties leiden.

We willen hier nogmaals de eigen verantwoordelijkheid van de fokker benadrukken.

De voornaamste reden voor het bestaan van de Belgian Border Collie Club zijn die, genoemd in punt 1 van deze richtlijnen. Van iedereen, die als lid tot de vereniging is toegetreden, mag worden aangenomen, dat hij of zij het met de doelstellingen eens is.

Iemand echter, die door bewuste overtreding van de richtlijnen blijk geeft de doelstellingen van de Belgian Border Collie Club niet te onderschrijven, plaatst zichzelf in een zodanige positie, dat helaas door het bestuur nagegaan moet worden of er sancties in hoofde van die persoon genomen dienen te worden. In voorkomend geval kan het bestuur om advies van de fokcommissie vragen, de eindbeslissing ligt bij het Bestuur.

Onverhoopte overtredingen van de richtlijnen zullen echter stuk voor stuk worden bekeken en op hun ernst worden beoordeeld.